Welke geboortevlekken kunnen baby’s hebben

Iedereen die zwanger is of zijn eerste kindje verwacht maakt zichzelf een voorstelling van hoe de kleine er uiteindelijk uit komt te zien. Je stelt je een egaal babyhuidje voor, maar bij de geboorte blijkt je kindje wat vlekken op de huid te hebben die je niet had verwacht. Welke verschillende geboortevlekken bestaan er allemaal? Vind hieronder een overzicht van de meest voorkomende geboortevlekken.

 

Ooievaarsbeet of engelenkus

Ooievaarsbeten en engelenkusjes zijn onschuldig. Het zijn plekjes waarbij de bloedvaten iets wijder en meer opgehoopt op een plaats zitten. Ooievaarsbeten kunnen overal op het lichaam voorkomen, engelenkusjes komen vaak voor op het voorhoofd, in de nek, op de oogleden en op de vleugel van de neus. Deze bloedvaatjes verdwijnen vaak voor het tweede jaar en zijn het meest hardnekkig in de nek. Als de kleine zich druk maakt of poept kunnen de plekken tijdelijk iets roder worden, doordat er meer bloed in de vaatjes komt.

 

Moedervlekken

Moedervlekken komen vaak voor en verdwijnen niet meer. Ze zijn er al bij de geboorte of ontstaan gedurende het eerste levensjaar. Ze kunnen overal op het lichaam voorkomen en zijn vaak licht of donkerbruin. Ook kunnen ze donkerder worden in de zon. Alleen als je kind helemaal onder de moedervlekken zit moet je de huisarts op de hoogte stellen, er wordt dan gekeken of er iets anders aan de hand is.

 

Mongolenvlek

Mongolenvlekken komen voor bij kinderen met een donkere huidskleur. De vlekken zijn blauwachtig zwart of grijs van kleur en zitten vaak op de onderrug of op de billen. In de loop van het eerste jaar kunnen ze donkerder worden, maar uiteindelijk verdwijnen ze helemaal. Soms worden mongolenvlekken aangezien voor blauwe plekken, laat ze daarom documenteren door de huisarts.

 

Hemangioom

Hemangiomen kunnen erg ontsierend zijn, met name als ze in het gezicht zitten. Steeds weer blijven andere mensen ouders er op attenderen. Soms zit het hemangioom op een  vervelende plaats, zoals op de lip. Haal je de vlek echter operatief weg dan zal er voor de rest van het leven een litteken achter blijven. Alleen als er hemangiomen op het oog zitten of op de ruggengraat kan dit zorgwekkend zijn en moet er onderzocht worden of er een onderliggende afwijking aanwezig is.

 

geboortevlekken
Een aardbeienvlek achter het oor.

Van hemangiomen bestaan er twee soorten; aardbeienvlekken en cavernomen.

  • Aardbeienvlek. Dit worden ook wel eens frambozenvlekken genoemd. Het wordt veroorzaakt door een kluwen bloedvaatjes die zich in de huid hebben opgehoopt. Aardbeienvlekken kunnen overal voorkomen, en kunnen behoorlijk opvallend zijn. Vaak worden ze tussen zes maanden en een jaar groter. Daarna worden de vlekken kleiner en verdwijnen ze.
  • Caverneus hemangioom. Deze vlekken zitten dieper in de huid en zijn niet zichtbaar bij de geboorte. Cavernomen komen minder vaak voor dan aardbeienvlekken. Ze beginnen als platte vlekken, die gedurende het eerste jaar snel groter worden. Sommige vlekken zien eruit als blauwe plekken. Na enkele jaren worden ze kleiner en tegen de tijd datje kind naar school gaat zijn ze normaal gesproken verdwenen.

 

Wijnvlek

Een wijnvlek is een rode of paarsachtige vlek op de huid, vaak voorkomend in de hals of op het gezicht. De wijnvlek gaat niet vanzelf weg en groeit mee met het kind. Zonder behandeling blijft de wijnvlek duidelijk zichtbaar. Vaak probeert men in de puberteit iets aan de wijnvlek te doen met behulp van lasertherapie.

Wijnvlekken bij het oog of op de wang worden nader onderzocht om te zien of er sprake is van andere medische aandoeningen.

 

Meest voorkomende geboortevlekken

Van de hierboven beschreven geboortevlekken komen moedervlekken en engelenkusjes het meest voor. Ongeveer 10% van de kinderen heeft een aardbeienvlek. Ben je onzeker over met welke geboortevlek je te maken hebt, laat er dan sowieso een arts naar kijken. Beval je in het ziekenhuis? Dan zal dit vrijwel zeker na de geboorte gebeuren. Bij een thuisbevalling kun je de kraamverzorgster of de verloskundige laten kijken en bij onzekerheid naar de huisarts gaan.